Slimme logistiek
Wat is (stads)logistiek?
Logistiek gaat over het transport van goederen, en dit van grondstof tot bij de klant/consument. Omdat de ontginning, de verwerking en het afzetgebied vaak ver van elkaar liggen is er transport nodig. Ook retourlogistiek is van belang. Deze is eigenlijk de terugkeer van defecte goederen of afval van verpakkingen of huisafval.
Omdat de kosten van arbeid en grondstoffen al sterk gedaald zijn, wordt er getracht zo min mogelijk transport in de logistieke keten te implementeren. Hierbij ‘botsen’ de geldelijke kosten, die dalen naarmate het volume stijgt, en de externe effecten, verkeersveiligheid en milieuhinder, die stijgen naarmate de frequentie en het volume van het transport stijgen.
Wat de stadsdistributie betreft, is dit de laatste schakel in het productieproces: het transport naar de winkels in de (binnen)stad. Doordat meer en meer mensen wegtrekken uit de stad, worden de panden aantrekkelijk om er kantoren en winkelgelegenheden in onder te brengen. Hierdoor moet de vrachtwagen echter wel tot voor de deur van de winkel of kantoor geraken. Door een opeenstapeling van functies in de stad wordt het er zeer druk en ondervindt en veroorzaakt de vervoerder enige hinder voor omwonenden.
Evolutie van de transportsector
Door de globaliserende wereld worden goederen geproduceerd op langere afstanden van de afzetmarkt en vervolgens per zeeschip naar de bestemming gevaren. Op de bestemming worden de goederen uit de container gehaald en verder verdeeld in kleinere paletten. Deze passen beter in de vrachtwagens die ze ofwel nog naar een verdeelcentrum vervoeren ofwel rechtstreeks naar de bestemmeling brengen. In het tweede geval is er geen sprake meer van een opslagkost, welke de kostprijs nog meer drukt. Door de mogelijkheden van het internet is het mogelijk dat een producent rechtstreeks afgewerkte producten verstuurd naar de bestemmeling. Deze wil de goederen zo snel mogelijk hebben. Ook wil een handelaar zo min mogelijk kosten doen van een opslagruimte. Hij plaats zijn bestelling zo laat mogelijk en wenst dan ook zijn product zo snel mogelijk in het bezit hebben. Dit is het just-in-time principe
Omdat de leveringen minder gestandaardiseerd in grote zendingen gebeuren en bedrijven eerder werden gebouwd langs autosnelwegen in plaats van kanalen en spoorwegen, is er een zekere flexibiliteit nodig van de vervoerder om de goederen snel en goedkoop tot bij de bestemmeling te brengen. Hierdoor is er in de meeste gevallen een voor- en natransport door de vrachtwagen nodig bij het spoor- en watertransport, welke een extra kost en extra transporttijd met zich meebrengt. Cijfers van Eurostat geven dan ook aan dat 70% van het goederentransport per vrachtwagen gebeurt, 16% per binnenschip en 14% per spoor.
Om een zo laag mogelijke kilometerprijs aan te rekenen zorgen vervoerders dan ook dat hun voertuigen een zo groot mogelijk volume kunnen transporteren in eenzelfde rit.
Knelpunten
Door het toegenomen personen- en goederenvervoer neemt het aantal voertuigen op de weg exponentieel toe en door de beperkte capaciteit van de wegen ontstaan er veel files, voornamelijk in de ochtend- en avondspits en in stedelijke agglomeraties. Deze perioden zijn echter van belang voor de bevoorrading van de winkels en retour-ophaling van goederen of afval.
Meer auto’s betekent ook meer uitstoot van schadelijke stoffen en geluidshinder. Om deze negatieve effecten in te dijken werden in onze buurlanden (Nederland, Duitsland, Londen, etc.) enkele milieuzones ingesteld. Deze vormen naar analogie met de snelheidzone een gebied waarbinnen te vervuilende of te zware wagens niet mogen rijden. Als vergelijkingsbasis worden vaak de EURO-normen gehanteerd die een indicatie zijn van de schadelijke uitstoot. Ook vrachtwagens worden vaak geweerd in winkelstraten buiten venstertijden, die aangeven welke momenten ze er wel mogen leveren. Die zijn echter vaak niet op elkaar afgestemd en leggen een verbod op in die straten waar ze net moeten zijn. Deze tendensen spreken dan in het voordeel van nachtleveringen, maar dat werd dan in woonzones niet geapprecieerd door de buurtbewoners. Transporteurs zagen tevens in een aantal pilootprojecten hun personeelskosten toenemen.
Slimme logistiek, de oplossing?
Niet alleen in de personenwagenmarkt waait een ecologische wind, maar ook de logistieke transportsector ontwikkelde al een aantal duurzamere en ecologischere transportmogelijkheden.
Deze trend werd versneld door de invoer van ‘milieuzones’ in buitenlandse steden. Maar de publieke opinie eist dat goederen en wagens op een verantwoorde manier geproduceerd en getransporteerd worden.
In zo'n green chain supply management (GSCM) wordt dan ook gekeken of de CO2-voetafdruk van het hele proces, van grondstof tot in de winkel, niet te groot is.
Om aan al deze beperkingen te ontkomen werden er wereldwijd een aantal proefprojecten inzake slimme logistiek opgestart, de ene al succesvoller dan de andere. In deze rubriek zal dan ook aandacht worden besteed aan deze voorbeelden, zowel grote als individuele, zodat succesfactoren maar ook knelpunten duidelijker worden en hierop kan worden verdergebouwd in toekomstige projecten.
D-via
Niet alleen in het buitenland zijn er innovatieve logistieke concepten, ook in Vlaanderen werkt men aan slimme logistiek. Onder de naam D-via analyseerde het Vlaams Instituut voor Mobiliteit (VIM), samen met verschillende partners, wat de haalbaarheid is van een innovatief logistiek concept in Vlaanderen. Concreet werden er 2 piloten bestudeerd: Gent en Hasselt.
Haalbaarheid
Aan de hand van deze testcases onderzocht het VIM of er vandaag een draagvlak bestaat voor innovatieve logistieke concepten. Hiervoor werden zowel werknemersorganisaties als transportorganisaties geconsulteerd en actief mee ingeschakeld. Samen brachten ze de voordelen voor vervoerder, winkelier en inwoners zoveel mogelijk in kaart. Met deze test wilde men duurzame logistiek koppelen aan economisch haalbaarheid, met inspraak voor de stakeholders. De belangrijkste peilers zijn:
• Een betere mobiliteit;
• Een beter milieu;
• Een betere leefbaarheid;
• Een financiële haalbaarheid.
Door de steeds bewuster wordende consument en trend in het bedrijfsleven voor Green Supply Chain Management voor ecologischer transport, begint er stilaan meer draagvlak te komen voor deze thematiek. D-via werd voor 80% procent gefinancierd door het VIM. De overige middelen werden ingebracht door de projectpartners UNIZO, FEDIS, Stad Hasselt, Stad Gent en Logistra.
Gent en Hasselt waren zeer enthousiast om deel te nemen aan de proef en hebben door hun verschillende stadsstructuur andere aspecten aan het licht gebracht over de praktische uitvoering van de stadsdistributie. Zo opteerde Hasselt resoluut voor een stadsdistributiecentrum oplossing terwijl Gent zich richtte op kleinschalige oplossingen.
Een zo breed mogelijke scoop
D-via deed ook beroep op de kennis en de ervaring van binnenstadservice.nl op vlak van inrichting en uitbating van stadsdistributiecentra. Hierbij werd ook gekeken naar toegevoegde waardediensten naar de (aangesloten) handelaars toe, al dan niet betalend.
Resultaten
Het project rondde af eind 2010 en leverde verschillende resultaten op. Zo werd een website gebouwd (www.d-via.be) waarop enerzijds de logistieke spelregels van een 27-tal steden en gemeenten te vinden zijn. De atlas bundelt o.m. de los-en laadzones per straat, de belangrijkste toegangswegen en venstertijden. Alles wordt gevisualiseerd op een kaart. Anderzijds worden deze 27 steden en gemeenten in een monitor geportretteerd naar hun benadering en kennis van stedelijke distributie. Het derde resultaat is het Draaiboek voor innovatieve bundelingsconcepten. De pilootprojecten in Hasselt en Gent dienden als basis om een Draaiboek op te stellen hoe de implementatie van innovatieve bundelingsconcepten aan te gaan.
Dit Draaiboek alsook de definitieve eindrapportering van het project kunnen besteld worden via het formulier op de website www.d-via.be.
D-via …en vervolg
Het VIM wil de atlas uitbreiden met de logistieke spelregels van alle steden en gemeenten in Vlaanderen, en aanvullen met de gegevens van Brussel. Bovendien moeten deze gegevens ontsloten worden via interfaces voor alle mogelijks geïnteresseerden zoals transporteurs en distributeurs. VIM wil ook de principes van het draaiboek verspreiden door meerdere piloten te ontwikkelen in Vlaanderen.
Voor meer informatie kan u terecht op de website van D-via of door contact op te nemen met Marleen Bellen van het Vlaams Instituut voor Mobiliteit (VIM) via marleenbellen@vim.be of het telefoonnummer +32 11 24 60 00.

