Fiscaliteit
Algemeen
Sinds 1 januari 2002 is de klassieke autofiscaliteit een regionale bevoegdheid in België. Momenteel is de autofiscaliteit van de drie gewesten nog volledig op elkaar afgestemd en bestaat er een akkoord tussen de drie gewesten dat dit in de toekomst zo zal blijven. De klassieke autofiscaliteit bestaat uit de registratiebelasting (Belasting in Verkeersstelling – BIV), te betalen bij inschrijving van de wagen, de verkeersbelasting en de aanvullende verkeersbelasting voor LPG-voertuigen.
De basis voor de klassieke autofiscaliteit is steeds meer de CO2-uitstoot. De fiscale PK van een wagen (eventueel met een correctie voor het effectief vermogen) geldt enkel nog voor de berekening van de verkeersbelasting en de BIV. Het is de bedoeling deze beide belastingen in 2011 ook zullen berekend worden op basis van de CO2-uitstoot. Voor wagens die als LPG-wagen worden ingeschreven bedraagt de korting op de BIV 298 euro, beperkt tot het maximaal bedrag te betalen BIV. Deze vermindering geldt voor alle LPG voertuigen, het is dus niet noodzakelijk dat het voertuig beantwoordt aan de "euro 4" norm.
Belasting op inverkeerstelling
De Belasting Op Inverkeerstelling (BIV) is een eenmalige belasting bij de aankoop van een nieuw of tweedehands voertuig en wordt bepaald op basis van het fiscaal vermogen en/of het effectief vermogen, op basis van een degressieve schaal afhankelijk van de leeftijd van het voertuig. Een minimumbasis van €61,50 is altijd van kracht voor tweedehandsvoertuigen van meer dan 15 jaar. Deze bedragen worden NIET geïndexeerd.
|
Indien het vermogen van eenzelfde motor uitgedrukt in fiscale “paardekracht” (PK) en in kilowatt (KW) een verschillend bedrag opleveren, wordt voor de belasting op inverkeerstelling steeds het hoogste bedrag genomen. |
||||
|
Tarieven 2010 |
Benzine & Diesel |
Euro 4 LPG |
||
|
tot 8 PK |
en/of |
tot 70 KW |
61.50€ |
- |
|
9 en 10 PK |
en/of |
vanaf 71 tot 85 KW |
123.00€ |
- |
|
11 PK |
en/of |
vanaf 86 tot 100 KW |
495.00€ |
197,00€ |
|
vanaf 12 tot 14 PK |
en/of |
vanaf 101 tot 110 KW |
867.00€ |
569,00€ |
|
15 PK |
en/of |
vanaf 111 tot 120 KW |
1.239.00€ |
941,00€ |
|
16 et 17 PK |
en/of |
vanaf 121 tot 155 KW |
2.478,00€ |
2.180,00€ |
|
meer dan 17 PK |
en/of |
meer dan 155 KW |
4.957.00€ |
4.659,00€ |
Verkeersbelasting
De verkeersbelasting wordt jaarlijks geïnd en wordt bepaald op basis van het fiscaal vermogen en/of effectief vermogen. De bedragen die u in deze tabel kan terugvinden, zijn samengesteld uit de federale belasting en uit de opdeciemen (tien procent) toegekend aan de gewesten en de gemeenten. De bijkomende accijnscompenserende belasting voor wagens met een dieselmotor werd begin 2008 afgeschaft. Voor wagens die uitgerust zijn met een LPG-installatie is een bijkomende jaarlijkse verkeersbelasting voorzien.
Afschaffing aanvullende dieseltaks en verkeersbelasting voor kleine aanhangwagens sinds 1 januari 2008.
Wij melden nog dat de accijnscompenserende belasting die men jaarlijks diende te betalen op personenwagens, auto’s voor dubbelgebruik of minibussen vanaf 1 januari 2008 werd afgeschaft.
Binnen het Vlaams Gewest werd sinds 1 januari 2008 ook de verkeersbelasting voor kleine aanhangwagens afgeschaft. Het betreft kleine aanhangwagens met een Maximaal Toegelaten
Massa (MTM) van 750 kilogram die worden getrokken door een personenauto, minibus of lichte vrachtwagen. Die moeten wel eigendom zijn van een private of natuurlijke persoon.
Aanvullende verkeersbelasting LPG
De aanvullende verkeersbelasting voor LPG-voertuigen is gedifferentieerd tussen gelijk aan of kleiner dan 7 PK (€89,16), van 8 tot 13 PK (€148,68) en hoger dan 14 PK (€208,20). Deze bedragen worden NIET geïndexeerd.
Bedrijfswagens
Bedrijfswagens maken in België een belangrijk onderdeel uit van het wegverkeer. Volgens de FOD Mobiliteit en Vervoer is van de nieuw verkochte wagens in België maar liefst 45% een bedrijfswagen in de brede zin van het woord.
Maatregelen met betrekking tot bedrijfswagens zijn bijgevolg een goed beleidsinstrument om milieuvriendelijkere wagens te introduceren op de Belgische wegen. Bovendien komen de bedrijfswagens na afschrijving, dit is na ongeveer 4 jaar, op de tweedehandsmarkt terecht. Daardoor zorgen zij voor een milieuvriendelijke vervanging van de vloot van tweedehandswagens. De overheid heeft al drie fiscale maatregelen getroffen ter vergroening van de bedrijfswagenparken:
- het aanpassen van de solidariteitsbijdrage op bedrijfswagens in functie van de CO2-uitstoot van het voertuig (Programmawet van 27 december 2004) ;
- het aanpassen van de fiscale aftrekbaarheid van bedrijfswagens in functie van de CO2-uitstoot (Programmawet van 27 april 2007 en Programmawet van 30 december 2009) ;
- de berekening van de voordelen van alle aard op basis van de CO2-uitstoot (Programmawet van 30 december 2009).
Onder invloed van deze maatregelen is de bewustwording van de CO2-problematiek bij vele bedrijven in een stroomversnelling gekomen. Steeds meer bedrijven zijn bereid om in hun car policy rekening te houden met de CO2-emissies van wagens.
In vele gevallen kopen bedrijven de bedrijfswagens niet zelf aan, maar doen zij een beroep op een leasemaatschappij. Zo kunnen ze gebruik maken van wagens zonder grote investeringen te moeten doen. Een gespecialiseerde leasemaatschappij kan aanvullende diensten leveren tegen een lagere prijs en bepaalde risico’s betreffende het gebruik van de leasewagens kunnen worden afgewenteld op de leasemaatschappij, met name de residuwaarde. De markt van de leasingwagens op lange termijn bedraagt vandaag ongeveer 300.000 wagens (jaarverslag RENTA 2008). Leasemaatschappijen zijn dus potentieel belangrijke spelers in de vergroening van bedrijfswagenparken.
Fiets
de eigen fiets
Als de werkgever een vergoeding betaalt aan de fietser in het kader van zijn woon-werkverkeer, dan is deze vergoeding vanaf 1 januari 2009 tot €0.20 per km vrijgesteld in de personenbelasting. Echter, de vrijstelling op de fietsvergoeding van €0,20 per kilometer geldt enkel in de personenbelasting. Voor de RSZ geldt de oude grens van €0,15 per kilometer. Op de ministerraad van 20 november 2009 werd echter op voorstel van minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Laurette Onkelinx en minister van Werk Joëlle Milquet een ontwerp van koninklijk besluit goedgekeurd om de tussenkomst van de werkgever in de verplaatsingskosten met de eigen fiets van de werknemer ook vrij te stellen van RSZ-bijdragen tot 0,20 EUR per km. Hierdoor wordt de RSZ-regeling inzake de fietsvergoeding in overeenstemming gebracht met de fiscale bepalingen. Opgelet: zolang het KB niet gepubliceerd is, aanvaardt de RSZ deze verhoogde vrijstelling nog niet. Het KB zal tevens de datum van inwerkingtreding van de verhoging vermelden. Over het uitblijven van de publicatie van dit Koninklijk Besluit werd op 27 januari vanuit de Senaat nog een schriftelijke vraag gesteld (zie deze link). Meer achtergrondinfo over dit thema is terug te vinden via deze link. De werkgever is echter niet verplicht om een vergoeding uit te betalen. Hij kan er ook voor kiezen om een ander bedrag te vergoeden of een limiet op de afstand. Meer achtergrondinfo is terug te vinden via deze link.
de bedrijfsfiets
Een werknemer betaalt vanaf 1 januari 2009 geen fiscaal voordeel van alle aard meer indien hij voor zijn woon-werkverplaatsingen van zijn werkgever een bedrijfsfiets ter beschikking krijgt. Hij mag de fiets daarbuiten ook voor privé-doeleinden gebruiken. Het belastingvrij voordeel omvat ook de toebehoren en kosten voor onderhoud en stalling.
Buiten de gratis ter beschikkingstelling van een bedrijfsfiets mag de werkgever “in cumul” ook nog een belastingvrije fietsvergoeding toekennen van €0,20 per km zoals in de regeling met de “eigen fiets”. Deze bijkomende belastingvrije vergoeding is volgens de memorie van toelichting een compensatie voor bijv. bijkomende kosten van kledij.. Hierop zijn door de werkgever geen sociale bijdragen verschuldigd tot een maximum van €0,15 per km. Er geldt geen beperking tot een bepaald maximum aantal km per dag. De kosten die een werkgever betaalt om het fietsgebruik voor woon-werkverkeer aan te moedigen
mogen voor 120% in aftrek genomen worden. Het betreft volgende kosten:
- Kosten voor het bouwen of verwerven van fietsstallingen;
- Kosten voor kleedruimtes, sanitair en douches voor personeel dat met de fiets naar het werk komt;
- Aankoopkosten van een fiets inclusief toebehoren, onderhoud en herstelling. Fietsen moeten wel lineair over drie jaar worden afgeschreven;
- De verhoogde aftrek geldt voor kosten gemaakt vanaf 1 januari 2009.
De aftrek van 120% loopt gelijk met kosten die de werkgever maakt in het kader van gemeenschappelijk personeelsvervoer.
De bovengenoemde regels wijzigen niet indien de terbeschikkingstelling van een bedrijfsfiets en een eventuele fietsvergoeding samengaat met de terbeschikkingstelling van een bedrijfswagen.
Het is wel van belang dat ten minste een (klein) gedeelte van het woon-werkverkeer in dat geval op regelmatige basis met de fiets wordt uitgevoerd.
Openbaar vervoer
Als je een vergoeding ontvangt als tussenkomst voor je trein- of busabonnement of andere kosten in het kader van het gemeenschappelijk openbaar vervoer, dan word je hier in principe niet op belast. Tenminste als je je aangifte correct invult. Bij het invullen van de aangifte in de personenbelasting heb je steeds de keuze:
1. Kiezen voor de forfaitaire aftrek van beroepskosten
2. Beroepskosten bewijzen
Als je voor de eerste optie kiest (forfaitaire aftrek), dan heb je recht op een vrijstelling op de vergoeding die je ontvangt als werkgeverstussenkomst op het openbaar gemeenschappelijk vervoer. Je moet het bedrag op je aangifte in de personenbelasting invullen onder rubriek 1254-07/2254-74 (dit staat op je fiscale fiche), maar ook onder rubriek 1255-06/2255-73 (dit is de vrijstelling).
Forfaitaire vrijstelling voor andere vervoermiddelen
Indien je niet met het openbaar vervoer of met het door de werkgever georganiseerd gemeenschappelijk vervoer naar het werk komt, maar bijvoorbeeld alleen met de eigen wagen, dan heb je nog recht op een forfaitaire vrijstelling van €350 (belastingaangifte 2010 en 2011). Dit bedrag moet je echter invullen in rubriek 1255-06/2255-73 van je aangifte. Dit staat niet vermeld op je fiscale fiche. Deze vrijstelling kan NIET gecombineerd worden met het bewijzen van beroepskosten.
Carpoolen
Ook als je carpoolt, word je door de fiscus beloond. De voorwaarden zijn echter vrij complex. Meer uitleg vind je daarom in de handleiding van Taxistop. Hieronder volgt de beknopte weergave. Net zoals bij openbaar vervoergebruikers moet je volgende keuze maken:
1. Kiezen voor de forfaitaire aftrek van beroepskosten
2. Beroepskosten bewijzen
Als je voor de eerste optie kiest, dan word je vrijgesteld van de vergoeding die je ontvangt van je werkgever, onder enkele voorwaarden:
- Er bestaat een carpoolreglement in je bedrijf of sector
- Je ondertekent jaarlijks een verklaring
- Je werkgever controleert regelmatig
- Je fiscale fiche wordt correct ingevuld (vergoeding onder rubriek “16B” gemeenschappelijk georganiseerd vervoer).
- Je vult je aangifte correct in: Het bedrag dat je ontvangt, moet ook ingevuld worden onder rubriek 1255-06/2255-73 (vrijstelling). Het vrijgestelde bedrag mag echter niet groter zijn dan de prijs van een weekabonnement trein 1ste klasse, voor hetzelfde traject, vermenigvuldigd met het aantal gecarpoolde weken. In de praktijk wordt deze limiet zelden gehaald.
Als niet aan al deze voorwaarden kan voldaan worden, dan kan je toch nog van het fiscaal voordeel genieten, als je kan bewijzen dat je hebt gecarpoold, door bijvoorbeeld betalingsbewijzen van vergoeding aan de chauffeur te tonen. Ook als je met de bedrijfswagen rijdt, heb je een groot voordeel. Normaal word je belast op het voordeel in natura dat je hebt door deze wagen. Dit is een forfaitair bedrag. Als je carpoolt, en je voldoet aan bovenstaande voorwaarden, dan wordt je hier gedeeltelijk of volledig van vrijgesteld. Als je ervoor kiest om beroepskosten te bewijzen, dan mag je ook als passagier €0.15 per km inbrengen. Zelfs als dit gaat om een fictief bedrag. De passagier heeft echter wel een limiet:
Vragen ?



