C,mm,n of hoe Nederland voor elektrisch rijden gaat
Gepubliceerd door: thomas
Nederland wil tegen 2020 maar liefst 1 miljoen elektrische wagens op de baan hebben. Een ambitieuze doelstelling waar het project C,mm,n (spreek uit common) een centrale rol in speelt. Initiatiefnemer Stichting Natuur en Milieu werkt hiervoor samen met de universiteiten van Delft, Eindhoven en Twente en een dertigtal bedrijven en organisaties. Mobimix.be sprak op het Amsterdamse autosalon RAI met Hans Jager van Natuur en Milieu en Arie Paul van den Beukel van de Universiteit Twente.
C,mm,n is niet alleen een denktank maar ook een onderzoeksproject en open-source community waarin duurzame individuele mobiliteit vooropstaat. Iedereen mag meedenken over de mobiliteit van de toekomst waarbij niet zozeer de technologie an sich maar het gebruik ervan centraal staat. Doel is om tot een efficiënt, milieuvriendelijk en intelligent voertuig te komen dat zich aanpast aan de wensen van de bestuurder. De Stichting Natuur en Milieu, zeg maar de Nederlande tegenhanger van Bond Beter Leefmilieu, is de initiatiefnemer van het project. Al snel sprongen de Technische Universiteit Delft, Technische Universiteit Eindhoven en Universiteit Twente mee op de kar.
Ondertussen is C,mm,n een samenwerkingsverband waar meer dan 30 organisaties en bedrijven deel uitmaken, van softwarebedrijven tot leasingmaatschappijen. “Dat is de grote sterkte van het project”, zegt Hans Jager van Natuur en Milieu. “We kunnen steunen op de knowhow van de verschillende partners om zo sneller tot resultaten te komen.” Eindhoven concentreert zich bijvoorbeeld op de aandrijflijn met onder andere aandacht voor batterijtechnologie, Delft staat in voor het design en Twente ontwikkelde een rijsimulator om te onderzoeken hoe rijden er in de toekomst kan uitzien.
In 2007 was C,mm,n voor het eerst aanwezig op de RAI, toen stond de waterstofceltechnologie nog in de kijker. Nu concentreert het zich op elektrische aandrijving. “Elektrisch rijden is momenteel het meest efficiënt”, legt Jager uit. “Het is niet dat we ons vastpinnen op elektrische wagens, maar de randvoorwaarden zijn elektrisch rijden momenteel het meest gunstig gezind. De waterstofcel is een prachtige technologie, maar tegelijkertijd ook zeer complex.”
1 miljoen elektrische wagens in Nederland tegen 2020 lijkt nogal sloganesk, is dat plan ook haalbaar? We vragen het aan Aurie Paul van den Beukel van de Universiteit Twente. “Het is minstens een streefdoel. Op korte termijn is de tweede wagen het meest geschikt om vevangen te worden door een elektrisch exemplaar. Er is wel nog een kentering in de hoofden van de mensen nodig. Als je een elektrische wagen vergelijkt met een klassieke wagen dan lijkt het een stap terug. De actieradius is kleiner en de topsnelheid ligt lager terwijl mensen altijd van alles meer willen: meer pk, meer cilinderinhoud, meer kofferruimte. Maar rationeel gezien past een elektrische wagen perfect binnen de mobiliteitsbehoefte. De gemiddelde afstand die een wagen aflegt, bedraagt immers maar 25 km.”
Nederland is net zoals België de ideale proeftuin voor elektrische wagens: de oppervlakte is klein, de infrastructuur uitgebreid en het milieuprobleem groot. Het ziet elektrisch rijden ook als een belangrijke impuls voor de economie en werkgelegenheid in de auto-industrie en de verschillende onderzoeksinstituten. “Momenteel is de markt er nog niet klaar voor”, besluit Hans Jager. “Maar de kentering is niet meer zo veraf. Met c,mm,n leveren we alvast onze bijdrage om de introductie te versnellen.”
Meer info: www.cmmn.org








