29 Apr 2010Printervriendelijke versieSend to friend

MIVB vraagt betere doorstroming

Gepubliceerd door: PB

Uit de jaarlijkse rondvraag bij reizigers in opdracht van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kreeg de MIVB maar 5,5 op 10. De resultaten komen uit de tevredenheidsbarometer van de MIVB voor 2009. Sinds 2008 wordt die door onderzoeksbureau Ipsos uitgevoerd in opdracht van het Hoofdstedelijk Gewest en werd ingevuld door 11.300 reizigers. Zelf heeft de MIVB het over ‘gematigde’ resultaten en wijst ze op een ‘proteststem voor de metro’. Oorzaak daarvan zijn de strubbelingen rond de ingebruikname van het nieuwe metronet. Dat werd gelanceerd begin april vorig jaar, maar het kampte met heel wat kinderziekten. De MIVB wees naar de Franse firma Thales, die verantwoordelijk was voor de verkeerscomputer. Daarnaast was er sprake van onduidelijkheid en wrevel bij de reizigers. De opsplitsing van metrostation Simonis in Leopold II en Elisabeth zorgde voor heel wat verwarring en het schrappen van de rechtstreekse verbinding tussen Heizel en het centrum was niet populair. Maar het valt wel op dat de tevredenheid op zowat alle punten van de enquête, dus ook bij de bus en de tram, achteruitging ten opzichte van 2008. Volgens de MIVB komt dat doordat 84 procent van de respondenten minstens een deel van de verplaatsingen met de metro doet.

‘Geen argument’
Stefan Stynen van de reizigersorganisatie TreinTramBus vindt de metroproblemen geen valabel argument. “Die problemen waren al verteerd in het laatste trimester van 2009, toen de enquête werd afgenomen,” zegt hij. “De echte oorzaak is een combinatie van slechte doorstroming, te lage frequenties en de keuze voor een net waar veel overstappen nodig zijn. Kijk maar naar tram 55. Vroeger was die traag en vol, maar hij bracht je wel recht naar het centrum. Nu is hij nog altijd traag en vol, en je moet nog overstappen ook. De MIVB is ook het slachtoffer van haar eigen succes, het aantal reizigers is explosief toegenomen de laatste jaren, maar het is duidelijk dat een evaluatie van het overstapmodel zich opdringt.”

De Brusselse Raad voor het Leefmilieu (Bral) deelt die analyse, en wijst op nog een ander fundamenteel probleem. “Er is gewoon te veel autoverkeer in de stad,” zegt Piet Van Meerbeek, stafmedewerker van Bral (zie ook ‘Brussel is filehoofdstad van Europa'). “Daardoor staat het bovengronds openbaar vervoer te vaak stil. En er is een gebrek aan politieke wil om daar iets aan te doen. Als je de doorstroming verbetert, dan gaat ook de frequentie omhoog. Bussen en trams kunnen dan meer ritten rijden zonder dat het iets extra kost. Een belangrijk argument, nu het Gewest en de MIVB krap bij kas zitten. Zestig procent van de autoritten in het gewest zijn minder dan vijf kilometer lang, hoofdzakelijk gereden door de Brusselaars zelf. Dat moeten we aanpakken, en daarom zien wij heil in een kilometerheffing.”
“We concentreren ons volgend jaar vooral op het zo comfortabel mogelijk maken van de overstappen,” zegt woordvoerster An Van hamme. De MIVB treedt de actiegroepen op bepaalde punten wel bij. “Brussel slibt inderdaad steeds verder dicht, dus is het noodzakelijk om een betere doorstroming te hebben.

'Openbaar vervoer moet niet goedkoper maar beter'
Dat de reistijd een belangrijke invloed heeft op de keuze van het vervoersmiddel bewijst ook een recente studie van 'Brussels Studies' uitgevoerd aan de VUB. Uit de studie “Pendelen naar Brussel: hoe aantrekkelijk is ‘gratis’ openbaar vervoer? bleek dat amper één pendelaar op tien die nu met de auto naar Brussel komt, overstapt naar het openbaar vervoer mocht dat volledig gratis zijn. Van de ruim 226.000 pendelaars die dagelijks met de wagen naar Brussel komen werken is slechts 10 procent bereid het openbaar vervoer te nemen mocht dit gratis zijn. Dat is bitter weinig en wijst erop dat de prijs van het openbaar vervoer maar gedeeltelijk motiveert om er gebruik van te maken, zegt onderzoekster aan de VUB Astrid De Witte. Er moeten dus nog obstakels zijn die de mensen weerhouden om de wagen thuis te laten: "Het openbaar vervoer is niet voor iedereen beschikbaar of haalbaar. Veel mensen geven aan dat de verbindingen niet uitkomen en de frequentie te laag is." De onderzoekers vroegen zich ook af waarom iemand voor de trein, dan wel voor de auto kiest. De antwoorden zijn op z'n minst verrassend: "Automobilisten zeggen in veel gevallen dat het openbaar vervoer te traag is in vergelijking met de wagen. Opvallend is dat ook voor treinreizigers de snelheid doorslaggevend vinden bij hun keuze voor de trein. Er is dus een verschil in perceptie." Vandaag maakt twee derde van de pendelaars richting Brussel gebruik van de wagen. Tegen 2020 wil de Brusselse Regering een vijfde minder wagens in het gewest. Dat staat zo in IRIS-2, het mobiliteitsprogramma van het Gewest. Er is dus nog veel werk aan de winkel. "Om het autogebruik te kunnen ontmoedigen moet men een degelijk en haalbaar alternatief kunnen bieden" zegt De Witte. "Daarnaast moet je de automobilisten ook een extra stimulans geven om de overstap te maken als het openbaar vervoer verbeterd is." De studie kunt u hier raadplegen (Bron: Brusselnieuws.be)