Think weerlegt 10 mythes over elektrische auto's
Gepubliceerd door: PB
Net zoals bij de introductie van vele nieuwe technologieën zijn er enkele sceptici die de doorbraak van elektrische wagens in twijfel trekken. Om deze mythes te doorbreken heeft Richard Canny, CEO van de bekende Amerikaanse autoconstructeur Think, deze op een rijtje gezet en weerlegt. Dit doet hij met zijn vijfentwintigjarige ervaring in de automobielindustrie bij de Ford Motor Company.
1. “De CO2-uitstoot verplaatst zich van de stad naar het platteland”
Door de hogere productie van elektriciteit zou de CO2-uitstoot verhogen. De voorstanders van elektrische wagens geven echter aan dat de wagens drie tot vijf keer zo efficiënt zijn qua energieverbruik en zo dus de 'brandstof' optimaler aanwenden. Uiteraard is elektriciteit uit wind-,water- en zonne-technologie het meest milieuvriendelijk.
2.“Consumenten zullen nooit een wagen met een autonomie van minder dan 300 kilometer kopen”
Volgens het Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen ligt de gemiddelde afstand per wagen tussen de twintig à veertig kilometer per dag. Indien er een voldoende uitgebouwd netwerk van oplaadpunten beschikbaar zal zijn, kan iedereen met een gerust hart zijn verplaatsingen blijven uitvoeren. Door de steeds performantere productieprocessen van de batterijen zal ook de autonomie sterk toenemen. Ook het opmaken van oplaadstandaarden voor snelladers moet het volledig opladen van de batterij in een kwartier mogelijk maken. Volgens Think zullen 95% van de elektrische wagens voldoende oplaadtijd hebben om de dagdagelijkse verplaatsingen te kunnen maken. Door snelladers op strategische plaatsen aan te bieden, zullen ook zij die langere afstanden willen afleggen tijdens een korte pauze hun wagen kunnen 'voltanken'.
3.“De batterijen zijn niet performant genoeg”
Tegen 2014 zullen de batterijen een levensduur van minstens tien jaar hebben en voor meer dan 160.000 kilometer stroom kunnen leveren. Volgens de European Road Transport Research Advisory Council (ERTRAC) zal verder onderzoek de productiekosten verlagen en de levensduur drastisch doen verhogen (zie eerdere berichtgeving).
4.“Er zullen veel meer elektriciteitscentrales nodig zijn”
Momenteel kunnen in de daluren van het Amerikaanse elektriciteitsnet tot 79% van de elektrische voertuigen van energie worden voorzien. Ook de CREG, de raadgever van de overheid en toezichthouder op de Belgische elektriciteitsmarkt, is positief over een mogelijke impact. Hiervoor moet er wel een intelligent beheerssysteem worden geïnstalleerd dat de vraag en het aanbod op het net op elkaar afstemt. Hiervoor zal het elektriciteitsnetwerk moeten worden omgebouwd naar een 'smart grid'. Meer informatie over de studie vindt u hier.
5.“Er is niet genoeg lithium voorhanden en het is bovendien toxisch”
Ook hierover is deze Duitse studie eerder positief: als in 2050 de helft van alle nieuwe auto's een elektrische aandrijving heeft, zal de helft van alle winbare lithiumreserves zijn opgebruikt, ofwel 20 procent van de totale voorraad op aarde. Bovendien kan het ook uit zout water worden gehaald. Doordat het geen lood en cadmium bevat, zoals de huidige batterijen, is het veel minder gevaarlijk. Voor de oude batterijen te kunnen recycleren, wordt er al geruime tijd onderzoek gedaan naar recyclagetechnieken.
6.“Eerst de oplaadpunten, dan pas de elektrische wagens”
Uit de ervaring van Think in een twintigtal Europese steden blijkt dat het beter is om eerst de elektrische voertuigen op de baan te zetten en dan pas de oplaadpunten. Als er nog geen wagens zijn die kunnen worden opgeladen, worden de oplaadpunten aanzien als verspilling. De oplaadpunten zijn dan ook de beste vorm om de 'early adopters' te prikkelen en hen te laten overstappen op elektrische wagens”. Dit werd eerder al bevestigd door een Duits consultancybedrijf dat concludeerde dat de elektrische auto's voornamelijk zullen worden gebruikt voor stedelijke verplaatsingen en dat het opladen voornamelijk thuis zou gebeuren.
7.“Elektrische wagens zijn onveilig”
Net zoals alle andere wagens moeten ook elektrische wagens dezelfde crashtesten en onderzoeken doorgaan eer ze op de rijbaan of autosnelweg mogen rijden. Hiervoor is kortgeleden een CE-label opgericht dat enkele standaarden bevat voor elektrische wagens.
8.“De technologie is te complex”
Vergeleken met een conventionele motor is deze van een elektrische wagen opgebouwd uit vijf modulaire delen, tegenover honderden kleine onderdelen voor een verbrandingsmotor. Ook zal de bestuurder minder snel moeten langsgaan in de garage om onderdelen te vervangen of de motor te smeren. De remmen zouden zelfs twee à drie keer zo lang kunnen meegaan en de remschijven zouden pas na 64.000 kilometer moeten worden vervangen. Ook de combinatie met extreme koude zou nefast zijn voor de batterijen en technologie van de oplaadpunten. Proeftuinen in Denemarken en Zweden gedurende deze extreme winter toonden echter aan dat de oplaadpunten bleven werken en ook de bestelwagens konden blijven rijden op de ijzige wegen in het Noordpoolgebied.
9.“Snelladers zullen de levensduur van de batterij verminderen”
Volgens Think is het cruciaal om de temperatuur van de batterijen onder controle te houden. Door de steeds voortschrijdende technologie zullen deze snelladers de batterij maar tot 80% kunnen volladen, welke de temperatuur niet te hoog laat oplopen en de levensduur verlengt.
10.“Enkel plug-in hybrides zijn de toekomst”
Ook hier stelt Think dat korte verplaatsingen enkel het best kunnen worden gemaakt met volledig elektrische wagens, omdat hybriden nog altijd een benzine- of gasmotor aan boord hebben. Hierdoor wegen ze meer en verbruikt de elektrische motor meer elektriciteit. (Bron:Think/eigen berichtgeving)








