Landen Euregio willen samen fijn stof bestrijden
Gepubliceerd door: PB
De onderzoeksgroepen ‘Toegepaste en Analytische Chemie’ en ‘Milieubiologie’ van het Centrum voor Milieukunde van de Universiteit Hasselt is, samen met een aantal binnen- en buitenlandse partners, gestart met het opzetten van een informatiesysteem voor fijn stof. Dit project, dat drie jaar zal duren, is er op gericht een gelijke aanpak te creëren voor de grensoverschrijdende fijn stofproblematiek. Het verbetert de samenwerking en uitwisseling van meetgegevens en –procedures tussen de betrokken instanties. Dit zal er uiteindelijk voor zorgen dat luchtkwaliteitplannen en beleidsmaatregelen beter op elkaar afgestemd worden.
Fijn stof is in onze omgeving één van de belangrijkste bronnen voor het ontstaan en verslechteren van veel aandoeningen aan de luchtwegen en aan het hart- en vaatstelsel. Het verlies aan gezonde levensjaren door ziekte of vroegtijdige sterfte in de Euregio, met een populatie van drie miljoen inwoners, wordt geschat op 30.000 in 2010.
Afstemming van meetmethoden
Belangrijke bronnen van fijn stof zijn het verkeer, verwarmingsinstallaties en de industrie. De Europese Unie heeft grenswaarden vastgesteld maar deze worden in de Euregio veelvuldig overschreden (aantal toegestane overschrijdingen van het daggemiddelde). Dit heeft niet alleen effect op de gezondheid, maar ook op de ontwikkeling van nieuwe infrastructurele projecten.
Tijdens een eerder project, naar de efficiëntie van bestaande industriële filters voor fijn stof, is gebleken dat de meetmethoden in de drie landen verschillen. Er zijn niet alleen verschillen in de wijze waarop de fijn stof wordt gemeten door verschillende instanties, er zijn ook verschillen in de interpretatie van de gemeten gegevens en in de toepassing ervan in ondersteunende modellen. Deze gegevens zijn nodig voor het maken en evalueren van beleidsmaatregelen en luchtkwaliteitplannen. Er is dus behoefte aan afstemming.
Mobiel labo
Het project voorziet in die afstemming, te beginnen met de meetmethoden en meetapparatuur. Er zal onder andere een mobiel referentie laboratorium worden ingericht. Dit mobiele laboratorium zal in de drie landen op geselecteerde locaties wordt ingezet ter vergelijking met de aanwezige apparatuur. Daardoor worden gelijkwaardige meetresultaten verkregen. Er wordt nauw samengewerkt met externe partners in binnen- en buitenland.
De verkregen, gelijkwaardige gegevens worden vervolgens verwerkt in kaarten die grensoverschrijdende fjin stofbelasting en de locaties van de fijn stofbronnen in beeld brengen. Het bestuderen van de uitkomsten, waarbij ook gegevens uit andere onderzoeken worden betrokken, maakt het mogelijk om adviezen uit te brengen, zodat doelgerichte maatregelen kunnen worden genomen om de specifieke bronnen in de Euregio aan te pakken. Op deze manier wordt er gezorgd voor een gezondere en duurzame leefomgeving
Partners
De partners in dit project zijn de Provincie Limburg (namens het Centre for Sustainable Environment), het ISSeP te Luik, het Geografisches Institut (Lehr- und Forschungsgebiet Physische Geographie und Klimatologie) van de RWTH te Aken en het Centrum voor Milieukunde (onderzoeksgroepen ‘Toegepaste en Analytische Chemie’ en ‘Milieubiologie’) van de Universiteit Hasselt.
Verder worden een aantal instanties met grote deskundigheid op het gebied van fijn stofmetingen betrokken bij dit project. Het betreft de Vlaamse Milieu maatschappij (VVM), het Waalse Agence Wallone de l’Air en du Climat (AWAC), de Intergewestelijke Cel voor Leefmilieu (IRCEL-CELINE), het Landesamt für Natur, Umwelt und Verbraucherschutz Nordrhein-Westfalen (LANUV), het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de Gewestelijke Gezondheidsdienst (GGD) Amsterdam.
Het project is in het kader van het INTERREG IV-A Euregio Maas-Rijn Operationele Programma dat mede wordt gefinancierd door het EFRO (Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling) waarbij regionale overheden in de verschillende landen optreden als cofinancier.
(Bron: UHasselt)








