Dossier elektromobiliteit: is de hype terecht ?
Gepubliceerd door: Wouter
Elektrische auto’s zijn hot. Politici hebben er de mond van vol en het thema komt uitgebreid aan bod in de media. Ook op het salon van Brussel en Detroit ging er weer heel wat aandacht naar elektrische voertuigen. Men kan zich afvragen of er geen te grote hype wordt gecreëerd. Daarom maken we kort een stand van zaken op.
In Nederland, Engeland, Frankrijk, Duitsland, Spanje en Denemarken zijn er al heel wat initiatieven gestart. Maar ook in Belgïe werd er de laatste tijd actie ondernomen om de ‘Electric Vehicles’ (of EV’s) te promoten. Staatssecretaris Bernard Clerfayt zorgde voor fiscale gunstmaatregelen die van kracht zijn sinds 1 januari 2010. Minister van Innovatie Ingrid Lieten lanceerde het idee van een proeftuin (1) en staatssecretaris voor Mobiliteit Etienne Schouppe mocht de eerste laadpaal inhuldigen (2). In de loop van 2010 wil men met alle betrokkenen rond de tafel zitten om te bespreken hoe EV’s verder kunnen gepromoot worden.
Wereldwijde wedloop
Als we de thematiek ietwat breder gaan bekijken, zien we dat de Europese Unie een wedloop voert met de Verenigde Staten en Azïe — vooral Japan en China — om het marktleiderschap van EV’s. De EU-richtlijn ter bevordering van het gebruik van hernieuwbare bronnen bevat specifieke bepalingen om het gebruik van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen in de vervoersector te bevorderen. En de lidstaten moeten van Europa een nationaal plan uitwerken met concrete maatregelen.
Het huidige Spaanse voorzitterschap heeft aangegeven dat de ontwikkeling van een Europese auto-industrie één van haar prioriteiten zal zijn. In het kader van de voorbereiding van het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie, in de tweede helft van dit jaar, liet minister van Klimaat en Energie Paul Magnette weten dat hij een gezamenlijk initiatief wil van alle ministers die bevoegd zijn voor mobiliteit en verkeer.
In Nederland werd eerder dit jaar een breed gesteund actieplan voorgesteld waarbij men één miljoen elektrische wagens wil tegen 2020 (ter vergelijking: men verwacht dat er tegen het einde van dit jaar ongeveer 2.000 elektrische wagens zullen rondrijden in Nederland). De introductie is zo voorzien dat er de eerste jaren vooral zal geëxperimenteerd worden, vanaf 2013 wordt de uitrol naar bedrijven georganiseerd en rond 2017 zou er een doorbraak komen voor de consumentenmarkt. Daaraan gekoppeld wordt er ook geïnvesteerd in de oplaadinfrastructuur. Zo voorzien de netbeheerders 10.000 oplaadpunten tegen 2012. Ook in Duitsland is hetzelfde verhaal te horen (één miljoen wagens tegen 2020). De Duitse overheid zal ook de assemblage van de wagens ondersteunen om op die manier de productie in eigen land te houden.
Daar waar op andere mobiliteitsgerelateerde thema’s minder ambitie is in de zuiderse landen, is dat net niet zo als het gaat over EV’s. In Spanje en Portugal zijn de prognoses nog ambitieuzer dan in de ons omringende landen. Spanje wil tegen 2014 al 1 miljoen EV’s en in Portugal wil men tegen het einde van dit jaar 1.300 gebruiksklare oplaadpunten.
In België verscheen de eerste laadpaal eind vorig jaar op het terrein van Leaseplan in Zaventem. Kort daarna stelde McDonald’s het eerste publieke oplaadpunt voor bij zijn vestiging in Maasmechelen (3). Het eerste publieke tankstation op groene energie was voor Grobbendonk (Electrasun)(4). En in januari opende parkeerbedrijf Vinci Park een oplaadpunt in de ondergrondse parking van de Veemarkt in Mechelen (5). Vandaag worden elke week wel ergens in ons land nieuwe laadpalen ingehuldigd. De overheid stimuleert bedrijven om laadstations te plaatsen via een fiscale aftrek, maar bouwt voorlopig zelf nog niet aan een netwerk.
Massaproductie in 2050?
De verdere ontwikkeling hangt uiteraard voor een groot deel af van onvoorspelbare factoren zoals bijv. de olieprijs, de Europese CO2-wetgeving en de batterijtechnologie. De laatste jaren publiceerden vele onderzoeksinstellingen een schatting, de ene met een meer optimistischer scenario dan de andere. Algemeen komt het echter hierop neer:
- De batterijtechnologie is een nieuwe technologie die de massamarkt nog niet bereikt heeft. Hoewel de brandstofkost (netelektriciteit) van EV’s tegenover conventionele wagens met een verbrandingsmotor zeer laag is, weegt het voordeel nog niet op tegen de veel hogere aanschafprijs. Onder meer daarom zal het nog vele jaren (> 10) duren vooraleer EV’s meer dan 5% van het wagenpark zullen uitmaken. De meeste scenario’s voorspellen voor 2050 dat EV’s een aandeel van minder dan 25% van de nieuwe verkochte wagens zullen hebben.
- Op korte termijn zullen de hybrides, al dan niet met plug-in (met de mogelijkheid om de batterij op te laden), sneller de markt veroveren dan voertuigen die enkel voorzien zijn van een batterij.
De batterijtechnologie vormt momenteel het grootste struikel-blok voor brede marktacceptatie van EV’s. Batterijen zijn nog zeer duur, zorgen voor een beperkte actieradius, lange tankbeurt (oplaadtijd) en hebben bovendien een beperkte levensduur. Ook is het onzeker hoe batterijen zullen reageren op lange blootstelling aan extreem hoge of lage temperaturen. Hoopgevend is dat tientallen wetenschappers over de hele wereld, ook in België, werken aan de ontwikkeling van meer performante batterijen. Dit leidt ook tot berichtgeving over technologische doorbraken.
Met de toepassing van lithium-ionbatterijen is een stap voorwaarts gezet, de actieradius werd groter (van 160 tot 250 km i.p.v. 80 tot 100km) maar er wordt niet meteen verwacht dat de kost hiervan snel zal dalen. Daarbij merken we ook op dat lithium, als metaal, slechts op een beperkt aantal plaatsen in de wereld ontgonnen kan worden.
Groene stroom
Of EV’s voor de transportsector al dan niet voor een verlaging van de CO2-uitstoot zullen zorgen, zal afhangen van het feit of de batterijen geladen worden met hernieuwbare energie. Het Nederlandse vakblad Auto & Motor Techniek (AMT) ziet het vrij positief. Het berekende dat één hectare aan zonnepanelen ongeveer twee miljoen aan elektrische kilometers oplevert.
Ook de Europese milieukoepel Transport & Environment (T&E) is opgetogen over de opgang van EV’s en ziet deze evolutie als een kans om de CO2-uitstoot en de afhankelijkheid van olie te verminderen. Maar T&E waarschuwt ook voor blind optimisme. “The game for policy makers is cutting emissions and reducing our dependence on oil, not promoting electric cars”, aldus T&E-directeur Jos Dings. In de paper ‘How to Avoid an Electric Shock: Electric Cars from Hype to Reality’ meldt T&E dat het jammer zou zijn mochten elektrische voertuigen hetzelfde lot van mislukking ondergaan als biobrandstoffen en waterstof. Er worden drie voorwaarden (die meteen ook als politiek advies dienen) vooropgesteld om het EV-verhaal succesvol te maken:
- De beste manier om het transport elektrisch te maken is een verstrenging van de CO2-normen en een geleidelijke stijging van de brandstoftaksen.
- De kwantiteit en kwaliteit van de elektriciteit aan boord van EV’s moet standaard gemeten kunnen worden.
- De energiesector moet koolstofarm worden.
Laadpaal of batterijwisselstation
Tegelijkertijd met de ontwikkeling van elektrische voertuigen is er ook de vraag tot een uitgebreid netwerk van oplaadinfrastructuur om de EV’s snel op te kunnen laden. Constructeurs en eigenaars van EV’s pleiten voor een snelle en gecoördineerde installatie van honderden laadpunten, maar de overheid wil eerst voldoende marktrijpe voertuigen zien. Het bekende verhaal van de kip en het ei dus.
De systemen die op dit moment worden aangeboden, zijn te verdelen in twee types: laadpalen en batterijwisselstations. Voorlopig kennen we in België alleen de laadpalen. Voor de batterijwisselstations is er slechts één belangrijke speler op de wereldmarkt: Better Place (zie www.betterplace.com). Het bedrijf heeft op dit moment Europese proefprojecten lopen in Denemarken en Israel.
Gecoördineerde aanpak
België is erg voorzichtig mee op de Europese kar van elektromobiliteit gesprongen. Maar er is nog een lange weg te gaan vooraleer EV’s het brede publiek zullen bereiken. Prijs/prestatie-gewijs kunnen EV’s nog niet concurreren met de conventionele wagens op diesel of benzine.
Wat EV’s uiteindelijk zullen opbrengen voor het milieu is nog onduidelijk. Veel hangt af van het soort stroom dat we zullen tanken. De technologie is in ieder geval hoopgevend en het energieverbruik laag. Om het verhaal de nodige steun te verlenen zal een gecoördineerde aanpak op Vlaams en federaal niveau nodig zijn. En dit zowel voor de voertuigen als voor de oplaadinfrastructuur. Er zijn dus nog heel wat inspanningen nodig.
Aansluitend bij dit dossier is er een interview met Prof. Joeri Van Mierlo van de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Dit interview kunt u via deze link nalezen. Dit dossier is het resultaat van een samenwerking tussen Mobimix.be en Kluwer (Verkeersspecialist).
Auteur : Wouter Florizoone - Copyright Mobimix.be
Mobimix is een platform voor vlootbeheerders, aankopers, mobiliteitsverantwoordelijken en andere professionals actief inzake mobiliteit en transport. De website www.mobimix.be biedt heldere info over eco-driving, duurzaam vlootbeheer, fiscaliteit, mobiliteitsbudget, slimme logistiek en mobiliteitsmanagement. Met infosessies en een gratis maandelijkse nieuwsbrief geeft het Mobimix actuele info over veranderingen in de wetgeving, instrumenten voor vlootbeheerders en best practices bij bedrijven en overheden. Mobimix is een initiatief van de Vlaamse Overheid (Departement Mobiliteit en Openbare Werken en Departement Leefmilieu, Natuur en Energie), de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO), de Vlaamse Stichting Verkeerskunde (VSV), Mobiel 21 en Bond Beter Leefmilieu (BBL). Met dit platform willen de initiatiefnemers duurzame mobiliteit verder introduceren bij Vlaamse werkgevers en lokale overheden en willen ze bedrijven en overheden aanzetten tot het nemen van een structureel engagement inzake deze thema’s.








