Hasseltse gedragscode voor golfkarretjes in de maak
Gepubliceerd door: Peter B
Nadat de golfkarretjes hun introductie vonden in het mondaine Knokke (zie vroeger bericht), is de trend ook overgewaaid naar de andere kant van Vlaanderen. In Hasselt wordt het voertuig gebruikt voor het transporteren van hotelgasten en bagage tussen de verschillende hotels van de keten, alsook de abdij van Herkenrode kan er vanuit het centrum bezocht worden met een golfkarretje.
Ook is er een taxibedrijf dat is overgestapt van hun traditionele wagens naar de elektrisch aangedreven karren voor de ritten in de binnenstad. Het ‘zomermodel’ heeft 4 zitplaatsen, het model dat in de winter wordt gebruikt is gesloten en biedt plaats voor 6 personen. De ritprijs blijft evenveel.
Met deze steeds groeiende vorm van vervoer kondigde het gemeentebestuur midden juli aan dat er tegen september aan een gedragscode voor de eigenaars wordt gewerkt. Dit vooral omdat de binnenstad van de stad druk is met al de voetgangers. “En die mogen geen hinder ondervinden van de nieuwe rage” aldus verkeersschepen Beenders in het Belang van Limburg.
Een lacune die ook al de burgemeester van Knokke aanhaalde was de onduidelijkheid van de wetgeving voor de golfkarretjes. In de parlementaire vraag (12/05/2009) van Jan Mortelmans worden ze ingedeeld in volgende twee types:
- Golfkarretjes zonder typegoedkeuring
- Golfkarretjes die Europees of nationaal geklasseerd zijn als bromfiets klasse A of B
De eerste soort dient een Proces Verbaal van Benaming te hebben, een snelheidsplaat en een maximumsnelheid van 30 km/h, dient te voldoen aan het KB op de technische eisen van auto’s. Deze wagentjes mogen enkel rijden tussen de installaties en terreinen van de golfclub in een straal van 500 meter en moeten de verkeersregels in acht nemen.
De tweede soort volgt de reglementering van een bromfiets klasse A of B. De bestuurder moet dus een helm dragen indien er geen veiligheidskooi is en in het geval dat het karretje een type B is, moet de bestuurder een rijbewijs B of A3 hebben.
(Bron: Het Belang van Limburg /Kamer van Volksvertegenwoordigers)










