Eerste resultaten motivatieonderzoek eco-driving
Gepubliceerd door: Wouter
Wat kan je doen om ecologisch verantwoorder rijgedrag of eco-driving te stimuleren? Dat is de vraag waar onderzoekers Maarten Vansteenkiste en Hein Huyghe van de Universiteit Gent zich over buigen in hun rijstijl- en motivatieonderzoek. Meer nog dan het gewenste gedrag te belonen, lijkt het beter om rekening te houden met de basisbehoeften zoals autonomie in keuze, competentie van de werknemer en verbondenheid met bvb. het milieu zo blijkt in een interview met de onderzoekers in het jongste nummer van het Magazine van de Universiteit van Gent. Hoe meer men daar op inspeelt, hoe meer slaagkansen voor de opleiding. Een woordje uitleg.
Het rijstijl- en motivatieonderzoek loopt ondertussen al ruim een jaar en kwam er in opdracht van Key driving Competences, een bedrijf dat oa. opleidingen inzake eco-driving organiseert. “Motivatie is het toverwoord dat vaak wordt opgevoerd wanneer men gedragsverandering op het oog heeft. Maar, motivatie is niet alleen een kwestie van meer of minder. Er zijn verschillende types motivatie. Heel wat mensen zullen hierbij denken aan het onderscheid tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie. Wie intrinsiek gemotiveerd is, doet iets omwille van de activiteit zelf. Wie extrinsiek gemotiveerd is, doet iets om er iets anders mee te bereiken” aldus Hein Huyghe.
“Veel bestuurders zullen het veranderen van hun rijstijl niet noodzakelijk plezant of intrinsiek motiverend vinden. Toch kunnen ze hun rijstijl proberen bij te sturen omdat ze begrijpen waarom dat zinvol kan zijn, bijvoorbeeld omdat ze op die manier hun steentje bijdragen aan het milieu. Op dat ogenblik is hun gedrag extrinsiek gemotiveerd; het dient immers een doel. Toch zullen ze dan eerder vrijwillig of autonoom hun rijstijl bijsturen. Dat staat in contrast met het zich verplicht voelen om iets aan je rijgedrag te doen, bijvoorbeeld omdat de werkgever dat verwacht. De cruciale vraag is dus: rij je ecologisch uit vrije wil of omdat je jou hiertoe verplicht voelt? Om echt te streven naar een blijvende gedragsverandering kan best de spontane groeimotivatie aangesproken worden. Hierbij is het bevredigen van drie psychologische behoeftes (autonomie, competentie en verbondenheid) belangrijk. Hoe meer dat je daarop inspeelt, hoe groter de kans op een vrijwillige en dus blijvende gedragsverandering. Zo is ‘keuze’ één aspect om in te spelen op autonomie. Je kan bestuurders de vrijheid geven om te beslissen of ze willen meewerken. Bij competentie is feedback heel belangrijk. Mensen aanmoedigen dat ook zij de kennis en de nodige vaardigheden hebben om succesvol hun rijstijl te kunnen veranderen. Een gevoel van verbondenheid kan je tot slot creëren door bijvoorbeeld samen met de bestuurders te zoeken naar manieren om de meeropbrengst gecreëerd door het ecologische rijgedrag nuttig te investeren.” aldus Prof. Maarten Vansteenkiste.
“Iemand verplichten of schuldgevoelens aanpraten zijn geen goede manieren om iemand blijvend te engageren. Ook premies of fiscale maatregelen zullen mensen niet ‘groener’ maken. Niet dat er geen effect zal zijn. Heel wat mensen zullen de premies najagen en de fiscale sancties proberen te omzeilen, maar of ze ook milieubewuster zullen leven is maar de vraag. Dergelijke verhalen eindigen immers meestal aan de kassa, waar ecologie in euro’s wordt uitgedrukt en doen alsof je iets wil doen voor het milieu volstaat.” aldus Hein Huyghe.
Prof. Maarten Vansteenkiste : “Hoe meer je opschuift van verplichting naar overtuiging en keuze, hoe oprechter en spontaner je een bepaald gedrag zal stellen. Wie het persoonlijk zinvol vindt om ecologisch verantwoorder te rijden, zal zich bijvoorbeeld ook vlugger afvragen of hij niet beter milieuvriendelijke producten zou kopen. Ook al kosten die vaak iets meer. Er treedt sneller een transfer van gedrag op omdat die persoon overtuigd is van het belang van milieuvriendelijk handelen. En dat zonder hiervoor beloond of afgeleid te worden door allerhande subsidies of premies.” “Die kunnen drempelverlagend zijn, dat is waar, maar als we werkelijk milieubewuster gedrag willen stimuleren, laten we het verhaal daar maar beter niet eindigen”, besluit Hein Huyghe. (Bron: Magazine 'Universiteit Gent')








