FLEAT-event boeiend en inspirerend
Gepubliceerd door: Wouter
Het FLEAT-event, een organisatie van Mobimix.be en VITO in samenwerking met Mobiel 21, ARGUS, MMM en KBC was een voltreffer. Bijna 150 fleet- en mobiliteitsprofessionals konden een programma volgen van maar liefst 18 sprekers met verschillende invalshoeken vanuit vlootbeheer, mobiliteitsmanagement en mobiliteitsbudget. Parallel aan het FLEAT-event was er op de Becokaai (rechttegenover het KBC-gebouw) een mini-beurs met voertuigen op elektrische, aardgas- of hybride-aandrijving. 11 standhouders demonstreerden in het totaal 16 wagens en scooters. Daarnaast werd ook een hele verzameling bedrijfs-en leasefietsen aan de bezoekers voorgesteld. Populaire automodellen als de Toyota Prius III en de Honda Insight werden geflankeerd door snelle scooters als de Vectrix en de Piaggio MP3. Ook de elektrische stadswagentjes Think City en MyCar en de aardgasvoertuigen vielen in de smaak, niet in het minst van de aanwezige pers. De beurs kreeg een paginavullende reportage in De Standaard van 29 oktober. In het KBC-gebouw konden de deelnemers verder een virtuele rit maken op een simulator en werd de werking van een laadpaal voor elektrische voertuigen toegelicht. U kunt de presentaties van dit event onderaan dit bericht downloaden*.
Plenaire sessie
Het was Helga van der Veken, directeur van Argus die de namiddag een inleiding gaf. Gilles Labeeuw, adviseur-generaal bij de Federale overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer gaf een interessant overzicht van de eerste, voorlopige, resultaten van de federale diagnostiek woon-werkverkeer. Deze maatregel verplicht bedrijven vanaf 100 werknemers om driejaarlijks een diagnostiek op te maken van het woon-werkverkeer. Zo wil de overheid een beter zicht krijgen op de verplaatsingen van werknemers van en naar het werk. De belangrijkste vaststellingen zijn dat er voor de periode 2005-2008 een lichte daling was van het wagengebruik, terwijl de andere transportmodi (openbaar vervoer, fiets) er licht op vooruit gaan. Daarnaast zijn er nog steeds 10% bedrijven die de bevraging niet invullen. Het merendeel van de andere bedrijven doet dit dus wel, maar daar wordt toch vastgesteld dat 7% van de bedrijven geen mobiliteitsmaatregelen neemt. Een van de besluiten is dus dat de diagnostiek een nuttig instrument lijkt te zijn. Het is nu aan een aantal onderzoeksgroepen van universiteiten om met de beschikbare data verdere analyses te maken.
Tweede spreker tijdens de plenaire sessie was Tobias Denys, onderzoeker bij VITO die de eerste resultaten van het Europese FLEAT-project (FLeat Environmental Action & AssessmenT) kwam toelichten. In het FLEAT-project is het bedoeling om energie te besparen bij vloten in 9 Europese landen. Concreet wordt er op zoek gegaan naar goede voorbeelden bij private vloten, publieke vloten en openbaar vervoersvloten. De acties zijn onder te verdelen in 3 grote groepen: acties rond milieuvriendelijke voertuigen, milieuvriendelijk rijgedrag en mobiliteitsmanagement. De bedoeling van het FLEAT-project is inzicht te verwerven in de effectiviteit van verschillende maatregelen afhankelijk van de omstandigheden waarin een vloot functioneert. Uiteindelijk werden 36 vlootbeheerders in Europa bereid gevonden om aan het FLEAT-project deel te nemen. In België gaat het om volgende bedrijven: KBC, Athlon Car Lease, Van Dievel Transport en DHL Express. Al deze bedrijven hebben elk op hun manier maatregelen getroffen die de CO2-footprint van hun vloot doet verkleinen.
Bij KBC werd nadruk gelegd op ecodriving-opleidingen, een wijziging van de car policy en maatregelen inzake mobiliteitsmanagement (pendelbusdienst, fietsbeleid, carpooldatabank, …). Bij Athlon Car Lease werd al een downsizing van de car policy toegepast. Op termijn zijn er plannen om de Ecocoach te integreren. Dat is een type black box die gegevens verzamelt en registreert omtrent het rijgedrag van de bestuurder. Transportbedrijf Van Dievel geeft sinds 2006 ecodriving-opleidingen aan haar chauffeurs en behaalt daarmee goede resultaten. Zo werd vorig jaar 200.000 liter diesel bespaard, mede dankzij het gebruik van energiebesparende banden. VITO heeft bij deze vloten de CO2-footprint gemeten op basis van de ondernomen acties. Daarbij werd een afweging gemaakt in termen van kosten, CO2-besparing, etc. De definitieve resultaten worden begin maart 2010 voorgesteld op een internationaal event (in Stockholm of Bologna). Tot slot zal er een toolbox voor vlootbeheerders worden voorgesteld. Het is een online tool die bedrijven kan helpen met het uitbouwen van een milieuvriendelijk vlootbeheer. Deze toolbox geeft aan welke maatregelen een vlootbeheerder kan nemen, welke resultaten kunnen behaald worden en wat het effect is van de acties binnen de car policy.
Sessie A : Zuinig en efficiënt vlootbeheer
Aansluitend op de plenaire sessie, was Sessie A in het grote auditorium met meer dan 50 aanwezigen de drukst bijgewoonde sessie. Op het programma stonden bijdragen over ecodriving, de impact van de bestuurder op de kosten van een leasewagen, en het intensief gebruik van bestelwagens op aardgas.
Carolien De Prycker van Allianz vertelde hoe ze bij de verzekeraar resultaten boekten doordat het salesteam zich een milieuvriendelijke en dus zuinige rijstijl eigen maakte. Binnen het team werd een daling in verbruik van 7% bereikt. Een deel van het team haalde daarmee zelfs het ambitieuze normverbruik opgegeven door de constructeur. Sensibilisering van en communicatie met de rijders was hierbij van cruciaal belang. En niet te onderschatten waren het teambuildingseffect en de gezonde onderlinge competitie tussen de chauffeurs.
Key Driving Competences, een van de bekendere aanbieders van eco-driving cursussen, begeleidt Allianz in dat ecodrive-project. Thierry Delvaux verduidelijkte de aanpak van KDC, die zowel focust op het technische aspect, als op de overigens essentiële gedragsverandering. Onder het motto 'meten is weten', past KDC een innovatieve manier toe om het rijgedrag van de chauffeurs te analyseren. Ze gaan hierbij zeer grondig te werk: verschillende voertuigparameters worden tijdens de cursus in real time uitgelezen, zodat de chauffeur duidelijk het verschil ziet tussen zijn initiële en de ecodrive rijstijl. Om te voorkomen dat de chauffeur na verloop van tijd weer hervalt in z'n oude gewoonten, voorziet KDC een permanente begeleiding, waarbij de eerste 3 weken na de cursus cruciaal zijn.
Het verhaal van Bart Vanham van PriceWaterhouseCoopers illustreert dat de chauffeur een niet te onderschatten impact heeft op de kosten van een leasewagen. Men zou kunnen verwachten dat een bedrijf voor 2 chauffeurs met hetzelfde leasebudget en dezelfde jaarlijkse kilometrage, in the end hetzelfde totaalbedrag betaalt. Niets is minder waar, zo bleek. De rijstijl, maar zeker ook de keuze van motorisatie, de bandenspanning, de schade aan banden en carrosserie, ruiten, etc. hebben een significante impact. Niet alleen op de totale kost, maar ook op de veiligheid van de chauffeur. Ter illustratie van deze stelling, werd een snelle controle gedaan van 30 auto's in de parking van de KBC. Hieruit bleek dat slechts een minderheid volledig in orde was. Zo hadden maar 5 auto's de juiste bandenspanning, en hadden 9 auto's een sterretje in de ruit. Iemand uit de zaal wees er terecht op dat het enige duurzaamheidscriterium in de berekening van PWC de CO2-uitstoot was, terwijl er nog heel wat andere polluenten zijn die in rekening moeten gebracht worden. "Dat klopt, maar spijtig genoeg wordt vanuit de overheid enkel gedifferentieerd op basis van CO2", aldus Bart Vanham.
Als afsluiter van de sessie over vlootbeheer deelde DHL zijn ervaring met bestelwagens op aardgas. Aardgas, onder de vorm van Compressed Natural Gas of CNG, is in België bekend als brandstof voor verwarming of koken, maar niet als transportbrandstof. In andere Europese landen vindt CNG nochtans meer en meer ingang, zoals in Nederland, Duitsland en Italië. De piloottest waarbij 5 Opel Combo's in de Antwerpse binnenstad werden ingezet, was volgens Sophie Van Zaelen en Tom Verstraelen zonder meer een succes. Zowel naar milieu-impact, kosten, technische betrouwbaarheid als rijervaringen waren er enkel positieve geluiden te horen. DHL haalde tevens een Oostenrijks onderzoek aan, dat aantoonde dat die Opel Combo's 10% minder CO2 uitstoten, maar bovenal 90% minder NOx en fijn stof dan hun diesel-tegenhangers. Het kortere rijbereik van deze CNG-bestelwagens is in stedelijke omgeving geen probleem, en ook het gebrek aan tankinfrastructuur kan verholpen worden. Zo overweegt DHL om op haar eigen site een zogenaamde slow-filler op het aardgasnet aan te sluiten, zodat hun voertuigen 's nachts kunnen volgetankt worden, én zelfs om het aantal voertuigen op aardgas uit te breiden. Ze zien aardgas op langere termijn vervangen worden door biogas en mogelijk zelfs waterstof. "nu nog de overheid meekrijgen in het promoten van aardgas als transportbrandstof", is hun boodschap.
Sessie B : Mobiliteitsbudget en slimme fiscaliteit
Zo’n 50-tal aanwezigen zakte af naar de James Ensor-zaal, in het overigens zeer mooie hoofdkwartier van KBC, voor de sessie mobiliteitsbudget en slimme fiscaliteit. In het programma werd een batterij aan onderlegde en ervaren sprekers aangekondigd waarbij een afweging gemaakt werd tussen de ideale theorie en de praktijk zoals die er in enkele bedrijven uitziet.
Vincent Meerschaert van Traject NV beet de spits af met zijn uiteenzetting getiteld “Van autologica naar multimodaliteit”. Daarin gaf hij een overzicht van de bestaande toestand op fiscaal vlak om ons dan gortdroog te wijzen op de enorme winst die bedrijf en werknemer kunnen maken dankzij het aanbieden van meer dan 1 vervoersmodus voor het woon-werkverkeer. Het werd eens te meer duidelijk dat zelfs in een en-en –verhaal (bedrijfswagen + andere vervoersmodi) de winst duidelijk meetbaar is. Al concluderend gaf hij nog enkele suggesties mee ter verbetering van ons huidig fiscaal systeem. Dit alles kan u terugvinden in de presentaties, beschikbaar onderaan dit bericht.
Als tweede spreker gaf Piet Van Den Bergh van Acerta op zeer duidelijke wijze aan hoe de fiscus omgaat met woon-werkverkeer en aanverwanten. Daarnaast wijdde hij ons in in een aantal nieuwigheden die in de pipeline zitten qua woon-werkfiscaliteit. Deze aanpak werd zeer gesmaakt door de aanwezigen.
Ronald Postma werkt als mobiliteitsmakelaar in de regio Haaglanden in Nederland. In zijn dagelijkse praktijk heeft hij vaak te maken met bedrijven die het mobiliteitsbudget in een of andere vorm invoeren. Zo kon hij vaststellen dat wanneer het budget aangeboden wordt ter vervanging van een bedrijfswagen, de acceptatiegraad varieert van 5 tot 30%. Gemiddeld verkiezen 12% van de werknemers het budget wanneer het hen aangeboden wordt. Verder wist hij ons ook nog te vertellen dat het mobiliteitsbudget vooral in de dienstensectoren zoals de ICT-sector succes heeft. Verder is het budget onder de vorm zoals het in Nederland vaak aangeboden wordt, vooral voordelig voor weinigrijders en niet zozeer voor de veelrijders. Hetgeen in een duurzaam mobiliteitsverhaal alleen maar goed nieuws kan zijn.
De praktijkvoorbeelden van de dag werden ons geleverd door Etienne Verhelst van Belgacom en Kris Poté van Capgemini. Beiden vertelden in hun geheel eigen stijl over de wolfijzers en schietgeweren die men bij het implementeren van een duurzaam mobiliteitsbeleid kan tegenkomen. Het moge duidelijk zijn dat men best niet over één nacht ijs gaat, maar dat een duurzaam mobiliteitsbeleid inspanningen vergt van iedereen, van de top tot de laagste in rang. Daarenboven gaven beiden aan dat de economische winst van zo’n beleid van doorslaggevend belang is voor de acceptatie door het bedrijfsmanagement. (* De presentatie van Dhr. Verhelst, Belgacom kan wegens confidentiële redenen niet online geplaatst worden.)
Sessie C: Mobiliteitsmanagement en infrastructurele oplossingen
In de sessie ‘mobiliteitsmanagement en infrastructurele oplossingen’ werd door de verschillende sprekers de nadruk gelegd op de mogelijkheden voor bedrijven met betrekking tot parkeermanagement, voorzieningen voor fietsers en aanpassingen in functie van carpoolers. Deelnemers aan de sessie werden ook kort ingelicht over de beschikbare informatie omtrent deze thema’s op het digitaal platform Mobimix.be en over de ondersteuning die ze kunnen krijgen bij de provinciale Mobiliteitspunten. Staf Aerts van Slimweg legde uit dat deze mobiliteitspunten bedrijven adviseren onder meer bij de opmaak van Pendelfondsdossiers. Een drietal cases werden ook toegelicht als voorbeeld : Nike, Esteé Lauder en Duvel. Deze bedrijven uit de provincie Antwerpen dienden een pendelfondsdossier in om maatregelen op het vlak van carpoolen (carpoolstrook, aparte carpoolparkeerplaatsen), fietsmanagement (aparte fietspaden, degelijke accomodatie) en parkeermanagement. Aansluitend gaf Wouter Florizoone, projectleider van Mobimix.be, enkele concrete tips en succescriteria mee voor duurzaam parkeermanagement en daarnaast zette hij de kansen van autodelen in bedrijvenzones in de verf. Een aantal boeiende bedrijfscases van Solvay, Dexia, Colruyt en Mobistar kwamen daarbij aan bod. Zo liet Dexia in haar hoofdkantoor op de plaats waar vroeger de directiewagens een wasbeurt kregen een volledige doucheruimte met lockers installeren voor woon-werk fietsers en andere sportievelingen.
Ook Johan Poplemon, HR-manager bij de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde van Antwerpen, illustreerde dat goed parkeermanagement een belangrijk aspect van het mobiliteitsbeleid inhoudt. Naast deze ‘azijn’-maatregelen, vroeg hij ook voldoende aandacht voor ‘honing’: stimuli voor werknemers. Het rijtje sprekers werd afgesloten door Gilbert Dehertog (hoofd mobiliteit en benefits bij KBC) en Frederik Hanssens (SHE-coördinator bij Group Thermote & Vanhalst). Bij KBC richt het mobiliteitsbeleid zich onder meer op het beperken van verplaatsingen en intelligent parkinggebruik. Een speciale mobiliteitswebsite informeert de werknemers. Vanaf 2010 plant KBC ook een aantal wijzigingen in haar pendelbusaanbod. Bij TVH werkt men dan weer met een mobiliteitsbrochure en een centraal aanspreekpunt. Een aantal succescriteria kwamen in verschillende uiteenzettingen aan bod: een goede mix aan maatregelen, een duidelijk duurzaamheids- en mobiliteitsbeleid waarbinnen de maatregelen kaderen en ten slotte een breed draagvlak bij de werknemers.
Deze boeiende en inspirerende namiddag werd afgesloten door een receptie aangeboden door Argus, de milieucel van KBC en Cera. (bron: luik van Tobias Denys : MMM Business Media)










